hart en verstand in conflict.

Ik heb het de afgelopen twee dagen enorm moeilijk gehad. Een emotionele breakdown, zeg maar. Het is al een hele tijd dat ik met mezelf in de knoop lig.

Zoals ik had geschreven in mijn vorige blogbericht, wil ik in de toekomst heel graag mama worden. Maar tegelijkertijd, als ik mij dan voorstel hoe hard de realiteit kan zijn, dan word ik overdonderd door een enorm grote angst. Dan voel ik mijn maag samenknijpen en mijn darmen tegenpruttelen van de stress. En ik haat mezelf daarom, waarom moet ik zo’n enorme ‘seut’ zijn? Ik heb soms echt het gevoel dat ik niets aankan, dat ik niets waard ben. Mijn hart zegt volmondig ‘ja’ tegen het moederschap, maar mijn verstand trekt mijn hart aan een koordje tot de orde. ‘Neen’, ‘niet doen’! ‘Je kent jezelf, je zal eraan kapot gaan!’ En dat is nu ook tegelijkertijd mijn grote angst.

Ik weet van mezelf dat als we een kindje zouden hebben, ik dat kind doodgraag zou zien, té graag misschien. Ik zou er alles voor doen, mezelf helemaal wegcijferen. En daar ligt het ‘gevaar’ nu juist voor mezelf. Ik ben ontzettend bang dat ik mezelf ga verliezen. Dat ik kapot zal gaan aan de druk en de verantwoordelijkheid. Dat zo’n leven mij zwaar zal vallen. Dat er verondersteld zal worden dat ik gelukkig zal zijn als mama.  Ik zal het mij niet kunnen veroorloven om te breken als het mij te zwaar zou worden. Want dat kleine wezentje heeft me nodig.

Ik ben ook erg ongerust dat mensen mij een raar, onnozel en wispelturig kind gaan vinden. Omdat ik zo’n open boek ben. Met mijn blog, maar ook in het echte leven ben ik redelijk snel open over mezelf tegen mensen. Vroeger kropte ik alles op, en dat hield ik niet vol. Maar omdat ik heel erg open ben geworden ben ik ook bang dat ik daarop zal afgerekend worden.

Misschien dat sommige mensen nu gaan denken: ‘wat wil je nu’? ‘wil je nu wel of geen kind’? Sorry dat ik zo wispelturig en onduidelijk ben. Ik heb niet altijd mijn gedachten, gevoelens en emoties in de hand. Het is een echte rollercoaster voor mij.

Ik weet het potverdikke allemaal niet meer. Die angst en onrust over het moederschap zit diep in mij, maar op de betere dagen wordt mijn hart gevuld met zoveel liefde voor een ‘toekomstig’ kind, dat ik precies alle angst en zorgen die ik heb kan ‘weg’ relativeren. Dan duw ik het ver weg, in een hoekje.

Als ik denk aan hoe het zou zijn om mama te zijn, dan voel ik in mijn slechte dagen ‘de hemel op mijn hoofd vallen’. Daarmee bedoel ik dat ik het enorm beangstigend vind dat zo’n kleine hulpeloos wezentje totaal afhankelijk zou zijn van mij, van ons. In mijn goede dagen voel ik mij zelfzeker en kan ik beter relativeren. En dan zie ik ook de mooie kanten van het ‘mama zijn’.

Ik ben bang dat het moederschap mij teveel zou worden. Dat ik zou gaan verlangen naar de tijd toen we nog met twee waren. Dat mijn eigen kind mij geen vreugde meer zou schenken. Ik weet van mezelf dat ik vatbaar ben voor depressies.

Ik heb een tweetal weken ook geprobeerd om mijn antidepressiva af te bouwen. Op eigen houtje. Ik besefte dat het een risico zou kunnen zijn. Ik slikte om de dag 1 bolletje uit mijn capsule. Het kwartje sulpiride (antipsychotica) liet ik achterwege. Mijn doel was om medicatie-vrij te zijn als de dag zou aanbreken dat ik zwanger zou worden. Sedert gisterenmorgen ben ik terug herstart met mijn oorspronkelijke dosis, omdat de bijwerkingen het mij lastig maakten.

De afgelopen 14 dagen had ik last van lichamelijke klachten, zoals maagpijn en darmklachten. Emotioneel had ik het gevoel dat het ‘al bij al’ wel redelijk ging. En daar was ik op zich wel trots op.

Of mijn angst voor het moederschap te maken heeft met het afbouwen van mijn antidepressiva? Ik weet het niet. Misschien dat het invloed had op mijn relativeringsvermogen. Maar anderzijds is het toch ook niet abnormaal dat ik met angst en twijfels zit over het ouderschap? Misschien door de afbouw van de medicatie dat mijn emoties, gevoelens en gedachten sterker uitvergroot werden en dat het daardoor moeilijk werd om mezelf staande te blijven houden. Door mijn autisme maak ik deze twijfelperiode misschien veel intenser mee.

Er is mij ook al gezegd geweest dat ik misschien gewoon nog niet klaar ben voor het ouderschap. Dat ik over een paar jaar misschien stabieler in het leven zal staan. Ik weet het echt niet. Niemand kan je voorbereiden op het ouderschap. Dat is ook zo’n beangstigende en moeilijke keuze. Het is definitief. Eens je een kind hebt, is er geen weg meer terug, hoe zwaar het ook kan worden.

Er werd mij ook gezegd dat een kind je geluk niet maakt. Dat besef ik ook wel, het geluk maak je zelf. Het geluk zit in de kleine dingen. Zoals de ’s avonds over de kermis in Poperinge wandelen en samen een grote zak oliebollen kopen, het geluid van een grasmachine op een zomerse dag…

Ik kan mij de toekomst niet voorstellen dat we met twee zouden blijven, zonder kind. Langs de andere kant vind ik het ook een enorm beangstigende toekomst indien er wél een kind zou komen.

Veel mensen zullen dat misschien niet begrijpen. ‘Waarom wil je per se een kind als je weet dat de kans groot is dat het je enorm angstig maakt, dat het je misschien kapot maakt’? ‘Het is geen goed teken dat je nu als zo bang en onrustig bent’. Wel, dat is mijn hart die spreekt. Dat zijn mijn moeder-gevoelens. Ik wil mijn leven niet volledig laten bepalen door angst. Maar anderzijds zorgt het er wel voor dat ik niet begin te zweven en de realiteit zie zoals die echt is.

Ik weet echt niet wat ik moet doen, wat de juiste keuze zal zijn in de toekomst.

 

tumblr_lwxsg4zeiX1qmjguxo1_500_large

 

 

Advertenties

Over de toekomst..

Het is ondertussen toch wel al een hele tijd geleden dat ik nog geblogd heb. Met alle verhuis-stress stond mijn hoofd er gewoon niet naar. Maar ondertussen zijn we goed geïnstalleerd als kersverse keikopjes in Poperinge! We wonen in een heel mooi huis in een mooie rustige wijk op wandel – en fietsafstand van het centrum. Ideaal dus. Het is nu al een weekje dat we hier wonen. Het is hier heel fijn wonen, maar voelde toch wat vreemd aan de eerste dagen. Begrijpelijk ook wel. Maar het is zo’n verbetering, een verandering in de meest positieve zin van het woord.

Misschien zal er al opgemerkt zijn dat ik 2 blogberichten heb verwijderd. Ik heb onder andere de blog ‘code rood – meltdowns’ verwijderd. Ik heb het van mij kunnen afschrijven, het heeft opgelucht. De positieve reacties nadien op Facebook hebben me goed gedaan, dankjewel daarvoor! Want ik schaam mij ook wel als ik een meltdown heb. Maar, sedert die ene keer heb ik er tot nu toe geen meer gehad. Toch niet meer zo hevig. De stress van het verhuizen zal er misschien mee te maken hebben gehad? Maar ik vond het niet nodig om dat online te laten staan. Want dan blijf ik mezelf eraan herinneren. En dat is niet goed voor mezelf.

In een andere verwijderde blog (de titel ontgaat mij) schreef ik over de keuzes en beslissingen in mijn leven waarvan mensen soms raar kunnen opkijken. Zo schreef ik onder andere dat Stieven en ik de beslissing hadden genomen om geen kindje op de wereld de zetten en in de toekomst met twee te blijven. Wel, ik heb die blog gewist omdat het gewoon niet klopt naar mijn gevoel.

Het is ondertussen al eventjes dat mijn biologische klok is beginnen tikken. Het kriebelt bij mij om mama te worden. Maar door mijn autisme en bijkomende gevoeligheid is dit geen vanzelfsprekende stap. Stieven is ook heel gevoelig aan veranderingen. Ik had in één van mijn blogs geschreven dat Stieven ook autisme zou kunnen hebben. Doordat wij zoveel gelijkenissen herkennen in elkaar, zorgt dit soms ook voor moeilijke momenten. Veranderingen zorgen bij ons allebei voor stress. In stress – momenten voeden wij elkaar als het ware met onze paniek. Als de ene in paniek raakt, is het voor de andere moeilijk om die af te blokken en rustig te blijven. Soms lukt het wel hoor. We doen ons best.

Zo kreeg ik vele jaren terug uit de omgeving de reactie dat een kind voor mij niet ideaal is, omwille van mijn autisme en gevoeligheid. Wel wil ik hierbij vermelden dat dit gezegd geweest was om mij te beschermen. Een reactie uit angst en bezorgdheid naar mij toe. Maar als je te horen krijgt ‘je zult een kind niet aankunnen’, dan stort je wereld wel even in. Uiteindelijk was het zo niet bedoeld, maar ik nam het heel letterlijk op. Eigenlijk was de boodschap ‘denk heel goed na en wacht tot je er echt klaar voor bent’. Maar het is typisch autisme als je blind bent voor een onderliggende boodschap.

Maar goed, uiteindelijk was het nooit de bedoeling geweest om gekwetst te worden. Fouten maken is heel menselijk. Ik ben heel boos en verdrietig geweest; maar ik snap nu ook wel dat een beschermende factor er een grote rol in heeft gespeeld. Het werd alleen compleet fout overgebracht bij mij. Maar ik ben vergevingsgezind, want uiteindelijk maken we allemaal fouten.

Maar, uiteindelijk was het wel onze beslissing om eerst ‘kinderloos’ te blijven. De schuld van deze ‘beslissing’ leggen bij anderen kan gewoon niet. Het is gemakkelijk om het zo te doen, maar ik denk dat angst en onzekerheid vooral aan de basis lag.

Hoe dan ook, wij zijn verantwoordelijk voor de keuzes die we maken. Alleen hebben de fout gekozen woorden en de realiteit van de maatschappij (het is waar, een kind opvoeden zal ook wel soms heel hard en zwaar zijn) ons beïnvloed daarin.

En ik snap het nu ook wel beter. Ik was vele jaren terug enorm angstig en onzeker, ik kon weinig aan. Ik was enorm afhankelijk van anderen, vooral van Stieven en mijn ouders. Ik was er toen absoluut nog niet klaar voor. Ik had toen ook nog weinig zekerheden. Nu heb ik mijn vast werk, een goede relatie, een huis.. De afgelopen jaren heb ik ook meer innerlijke rust gevonden. Maar bij alle veranderingen in mijn leven  moet ik mezelf mentaal goed voorbereiden en heb ik heel veel tijd nodig om eraan te wennen.

Stieven had ook veel schrik dat ik omwille van mijn gevoeligheid geen kind zou aankunnen. Het thema ‘kinderwens’ was moeilijk tot niet bespreekbaar. Ik was ook enorm bang en onzeker over het feit of ik het wel zou aankunnen. Ik heb eerlijk gezegd ook vaak gedacht of iemand zoals ik (met autisme) wel in staat is om het ouderschap aan te kunnen. Daarom dat het mij ook zo verdrietig maakte toen ik te horen kreeg: ‘je zal het niet aankunnen’. Maar zoals ik al zei, door mijn autisme neem ik de dingen vaak heel letterlijk en vatte ik toen de onderliggende boodschap niet. Eigenlijk was het ook mijn eigen fout om meteen conclusies te trekken. Ik heb er lessen uit geleerd. Nu weet ik dat ik in de toekomst openhartiger moet zijn, en dat als ik mij gekwetst voel door iets, ik dit openhartig moet bespreken. Zo kunnen misverstanden in de communicatie vermeden worden.

Ik heb de afgelopen jaren wel af en toe geprobeerd om dit thema naar boven te halen, maar het resultaat was dat Stieven enorm bang werd en het meteen afblokte.

Zodus hadden we besloten om die wens op te bergen. Ik deed mijn best om de positieve kanten te zien van het ‘bewust kindervrij’ blijven’. Soms lukte dat wel, maar toch. Het voelde toch alsof er iets ontbrak.

Uiteindelijk na een hele lange tijd (jaren) ben ik vrij recent met hulp van de omgeving  er toch in geslaagd om met Stieven over zijn grote bezorgdheid omtrent het ouderschap te praten. Dit was samen met mijn schoonouders. Stieven heeft gezegd dat hij in de toekomst graag papa wil worden, maar hij is enorm bang. Bang voor de toekomst, de maatschappij waarin we leven, bang voor de veranderingen, bang dat ik niet genoeg draagkracht zal hebben en het allemaal op zijn ‘schouders’ zal vallen..

Mijn schoonmoeder had hem gezegd: ‘je mag je leven niet laten leiden door angst, want op den duur zul je niets meer aandurven en geen enkele droom waarmaken’. En dat is waar, maar angst zorgt er ook voor dat je je bewust bent van de realiteit. En dat die vaak ook keihard kan zijn.

Mijn psychologe was eventjes verbaasd toen ik haar dit gisteren meedeelde. Ze dacht dat het thema kinderen bij ons allang een uitgemaakte zaak was. Ze zei dat zowel Stieven als ik ons erg laten beïnvloeden door de angst en bezorgdheid van anderen. En dat wij een koppel zijn die elkaar voeden met elkaars angst en paniek. Maar dat het heel positief is dat wij ons hart gaan volgen . Doordat wij uit onze comfortzone stappen zal dit een impact hebben op onze zelfontwikkeling.

Ik vind ook van mezelf dat ik op 27-jarige leeftijd ook al een pak meer zelfkennis heb verworven en gegroeid ben als mens. Maar ik mag zeker niets forceren. Alles op zijn tijd. Ik zal altijd mijn gevoeligheden blijven hebben. Daar moet ik mij heel bewust van blijven. Maar ik leer er beetje bij beetje beter mee omgaan.

We zijn er voor elkaar, Stieven en ik. We zijn een sterk koppel en gaan ons allerbest doen om elkaar zo goed mogelijk te ondersteunen waar nodig. Ook in de toekomst voor ons kindje zullen we samenwerken als een team.

 

 

Afbeeldingsresultaat voor loesje biologische klok

Verantwoordelijkheid en communicatie

Een nieuw blogje waarin ik een poging probeer te doen om uit te leggen waarom ik misschien een te groot verantwoordelijkheidsgevoel zou kunnen hebben. Ik vind het niet eenvoudig om dit zo begrijpbaar mogelijk weer te geven, zelfs in geschreven taal.

In de communicatie met mensen kunnen soms wel eens misverstanden ontstaan. Dat is heel normaal. Misschien dat ik omwille van mijn autisme soms meer in aanraking kom met het verkeerd interpreteren van dingen. Dat zou kunnen, maar in mijn ogen hoef je echt niet autistisch te zijn om elkaar verkeerd te begrijpen of aan te voelen.

Onzichtbare regels of afspraken bijvoorbeeld. Dat er iets van mij verwacht wordt maar ik er op datzelfde moment niet bij stilsta. Dat er mij wel non verbale signalen worden toegestuurd maar ik de eigenlijke boodschap niet snel genoeg doorheb. Dat kan wel eens vervelend zijn voor iemand anders. Maar het is belangrijk om het nadien te kunnen uitpraten, en dat probeer ik dan ook wel te doen.

Het probleem met wat het uitpraten betreft, is dat ik moeilijk kan loslaten. Ik zou mezelf blijven verontschuldigen en verantwoorden. Terwijl, als je je in een communicatiemisverstand bevind, je altijd met twee of meerdere personen bent. Iedere persoon heeft zijn of haar aandeel erin. Er is daarin geen sprake van schuld. Daarom heet het ook een misverstand.

Ik kan mij soms zo schuldig omwille van een klein akkefietje dat ik er zou blijven over doordrammen. Ik weet rationeel gezien dat het voor mezelf niets oplevert, enkel nog meer brandstof voor de piekermolen. Maar het is een knagend gevoel vanbinnen. En dan probeer ik de spanning te verlagen door er te blijven over te praten. Tot dat ik het ‘just right’ gevoel heb kunnen bereiken. Frustrerend. Voor mezelf, maar absoluut ook voor een ander. Ik denk dat mensen soms uitgeput en horendol van mij kunnen worden. Omdat ik altijd maar gerustgesteld wil worden en mij maar blijf verantwoorden en verontschuldigen. Omdat er met mij soms geen eind aan een gesprek komt.

Ik weet nu niet goed of deze uitleg specifiek te maken heeft met een eventueel ‘te groot verantwoordelijkheidsgevoel’ bij mezelf. Ik denk een beetje van wel, aangezien ik geneigd ben om teveel en te vaak verantwoording voor mijn eigen functioneren af te leggen.

Ik las onlangs een artikel waarin enkele punten beschreven werden die wezen op een te groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ik herkende mezelf in sommige punten. Misschien dat ik het niet helemaal juist interpreteer, maar ik kan maar de dingen beschrijven zoals ik ze begrijp.

1. Je gaat praten als er een stilte valt.

Ik zou geneigd durven zijn om dat te doen. Het hangt ook van de situatie en de context af waarin ik mij bevind. Welke personen er aanwezig zijn etc..

2. Je zegt sorry voor dingen waar je niets mee te maken had.

Ik ben inderdaad heel snel geneigd om dat te doen. Dat heeft ook al te maken met de intonatie in iemands stem, de manier waarop iets tegen mij gezegd word. Ik voel mij altijd heel snel te persoonlijk aangesproken. Verbazing alom als ik dan het antwoord krijg: ‘waarom zeg jij nu sorry?’ ‘daarvoor moet je toch geen sorry zeggen’. Moest ik telkens een euro in een potje steken voor elke keer ik sorry zeg, dan zou het potje snel vol zijn. 

3. Je neemt de schuld op je voor dingen die buiten jouw controle of invloed zijn.

Een duidelijk voorbeeld is mijn uitleg over misverstanden in de communicatie. Niemand treft daar schuld in, het is een misverstand. 

 

6. Je bent verlamt door de omvang van een uitdaging.

Verlamd is misschien een te groot woord. Afhankelijk van de omvang van de verandering en de invloed die het kan hebben op mezelf, kan ik wel meer gaan stressen. Veranderingen zorgen sowieso wel bij elke mens (al dan geen autisme) voor spanningen. Bij mij zal het misschien een diepere werking hebben, omdat ik de dingen intenser beleef. 

Het is al positief dat ik het bij mezelf herken. Ik geloof wel dat ik daartoe in staan ben om dat te leren, de dingen sneller naast mij neer te leggen en er een punt achter te zetten. Om niet te streng te zijn voor mezelf, en mezelf de kans te geven om altijd maar bij te leren. Vroeger was dit veel erger bij mezelf. Door meer (zelf)zekerheid te krijgen in mijn leven kan ik met dit aspect dus ook iets beter mee om.

Afbeeldingsresultaat voor communicatie

Een trede naar omhoog.

Deel twee van de therapiesessie vorige vrijdag:

Rozemarijn wou ook met mij mijn angst in het verkeer bespreken. Ik vertelde haar dat het mijn doel is om, als we in Poperinge wonen, ik met de fiets door de stad rij zodat ik op een 5 tot 10 min aan mijn werk ben. Maar zoals geweten, vermijd ik het sowieso al om met de fiets te rijden. Ik voel me al niet veilig als ik op dat ‘ding’ zit (een elektrische fiets). Ik voel me er heel onstabiel op, en de snelheid die het maakt zorgen er ook voor dat ik eerder gestrest dan ontspannen erbij zit. Ik heb graag grond onder mijn voeten. Stabiliteit. Rozemarijn stelde vast dat dit echt een angst bij mij is. Het voelt gewoon niet veilig voor me. Het idee dat er een auto langs mij rijd en dat ik dan tegelijkertijd moet rekening houden met de drukte van het verkeer en alle regels.. Chaos in mijn hoofd!!

Rozemarijn legde mij uit aan de hand van traptreden hoe ik op een creatieve manier bij mijn doel zou kunnen raken. ‘Je zou eventueel kunnen beginnen met gewoon eens je fiets bij de hand te nemen en te stappen’. ‘Een tweede stap zou kunnen zijn: met de fiets aan de hand wandelen’.. Enzovoort. Beetje bij beetje een trede naar omhoog.

Ik hoop dat ik niet teveel in vermijdingsgedrag val. Ik hoop echt dat ik het zal kunnen overwinnen, mijn angst voor het verkeer op de fiets. Ik weet alleszins dat Stieven mij hierin zal steunen en helpen.

Rozemarijn vroeg mij wat het juist precies is wat er mij nog angst aanjaagt. ‘Ik ben bang dat ik ga vallen en dat alle mensen op mij zullen neerkijken’. ‘Dat ze mij een dom kind gaan vinden’. Zo heb ik een paar jaar geleden eens een situatie meegemaakt waarin ik verstrooid was en het rondpunt verkeerd op reed. En toen werd ik bekeken als een idioot. Ik schaamde mij dood. Een volwassene die zich niet kan redden in het verkeer? Met de fiets dan nog? Dan moet dat wel een heel dom kind zijn. Afijn, er was een auto tegen mijn fiets gebotst waardoor ikzelf pats-boem op de grond lag. Echt waar, ik wou op dat moment dat er een gat in de grond zat want ik schaamde mij dood. En niemand die aanstalten deed om te helpen. Want ik was in de fout.

Dat is dan mijn autisme denk ik. Het verkeer en zijn regels zijn niet transparant en zo dus heel erg verwarrend. Ik snapte dat dus niet. Nu snap ik het wel al beter uiteraard maar dat is ook met de jaren gegroeid. Nu is het vooral mijn angst proberen te overwinnen.

Rozemarijn vond het opvallend dat ik bang was dat ik gemene opmerkingen zou krijgen of dat ik scheef bekeken zou worden. Ze vroeg of ik niet bang was om bijvoorbeeld te vallen en een hoofdtrauma op te doen. Daar ben ik inderdaad ook bang voor, maar het andere maakt mij precies wel banger. Ik ben precies altijd wat bang en onzeker over hoe ik overkom op mensen. Ik ben bang om veroordeeld te worden. Rozemarijn merkte op dat ik vooral ook erg bang ben dat ik er helemaal alleen voor sta, indien er iets gebeurt. Dat mensen mij liever met de vinger wijzen dan me te helpen.

Ze gaf mij uitleg over de vicieuze cirkel tussen gebeurtenis – gedrag – gevoelens en gedachten. Zo is er altijd een reden waarom we ons gedragen zoals we ons gedragen. Ik denk bijvoorbeeld heel erg dat ik als een idioot zal overkomen in het verkeer én dat mensen mij daarop zal veroordelen. Mij misprijzende blikken zullen geven. Mijn gevoelens zijn ‘angst, onzekerheid, spanning’.. Daarom ook het voorbeeld van mijn ‘akkefietje’ op het rondpunt. Mijn angst werd toen bevestigd en sindsdien vermijd ik het verkeer op de fiets. Het verkeer waarin ik naar mijn gevoel en gedachten, blootgesteld wordt aan wijzende vingers en afkeurende blikken indien ik een situatie verkeerd inschat. Of te traag reageer.. of.. of..

Ik blijf dus vastzitten in de negatieve cirkel van mijn gedachten wat dat betreft.

Ik wil het echt overwinnen.. Ik wil onafhankelijker zijn. Maar ik heb mijn angst besproken en dat is een eerste stap bij mijn doel. Al één trede heb ik beklommen.

image (1)

 

Twee handen op één buik

Vrijdag was het terug therapiesessie bij Rozemarijn in Psychologenpraktijk ‘De Vestingen’. Zo startte ons gesprek met iets wat haar de vorige keer was bij gebleven. Ik had haar verteld dat Stieven soms heel erg in paniek kan raken. Ze vond dat opvallend. Ik ga het hele verhaal uit respect voor Stieven nu niet uit de doeken doen, maar het uitgangspunt is dat er ook bij Stieven een vermoeden is van autisme of hoogsensitief. Stieven kan ook niet goed om met drukte, en veranderingen of onverwachte gebeurtenissen doen hem emotioneel wankelen. Dat uit zich dan in paniek of boos worden. Hij kan zich ook heel erg focussen op een bepaalde hobby. Bij hem is dat zijn sport en Lego. Hij heeft ontzettend veel doorzettingsvermogen en is zo vaardig en creatief bij het ineenzetten van ‘moeilijke’ Lego-bouwpakketten.. Hij kan er lang zijn focus bijhouden. En hij gaat er ook zo hard in op.. Daarom dat er in ons huis ook een Lego – knutselkamer komt. Een beetje als een ‘man-cave’ zeg maar! Dat wordt zo genieten voor hem.

Omdat de emotionele schommelingen frequenter voorkwamen (door oa onze toekomstige verhuis en alle rompslomp erbij is er wel meer stress) bij Stieven, merkten we allebei dat er iets ‘anders’ is aan Stieven. Iets dat ik herkende als autisme of hoogsensitief. Of misschien vergelijk ik mezelf heel hard met hem. Soort van ‘beroepsmisvorming’ alhoewel dat een fout woord is om de vergelijking te maken. Misschien ervaar ik dingen die er niet zijn. Maar ook Stieven vermoed dat er iets achter zijn gedrag zit. Als hij in paniek is, dan is het echt heel moeilijk om hem te kalmeren. Maar uiteindelijk lukt het wel.

We zijn een tijd geleden eens bij de huisarts langs geweest. Hij had mij gevraagd om eens alle ‘klachten’ die Stieven ervaart of die ik herken neer te pennen. Dit was mijn lijstje:

  • Bij onverwachte situaties of veranderingen wordt Stieven voornamelijk erg boos.
  • Afhankelijk van de situatie kan dit uitmonden in een paniek/woedeaanval waar toch enige tijd moet overgaan vooraleer hij en beetje gekalmeerd en gerustgesteld is (Stieven ratelt dan door op een paniekerige boze  toon en dan kan je er niets tussen krijgen).
  • Piekert veel (daarom ook sport)
  • Heeft moeite met drukke omgeving (overprikkeld)
  • Werkt het liefst alleen, in teamverband is moeilijk
  • Vasthoudend aan eigen overtuiging, niet snel bereid tot het sluiten van compromissen
  • Komt bij spanning moeilijk uit zijn/haar woorden, klapt dicht
  • Sterke behoefte aan routine en regelmaat
  • Sterke behoefte aan duidelijke instructies, met name op het werk
  • Sterk vasthoudend aan eigen planning, raakt van slag als deze door anderen verstoord wordt
  • Kan slecht tegen veranderingen in de leefomgeving
  • Kan helemaal opgaan in een bepaalde activiteit of hobby, op het obsessieve af (lopen en fietsen) Maar is ook wel als uitlaatklep en om te ‘ontprikkelen’

De huisarts zijn vermoeden was ook dat Stieven autisme zou kunnen hebben. Dan is er een verhelderend en open gesprek geweest over hoe hij alles ervaart, hoe hij het gebrek aan structuur en duidelijkheid op zijn werk soms zo verwarrend vindt.. Dat het hem ‘kortsluiting’ in zijn hoofd bezorgd..

Voorlopig gaat Stieven zich niet laten testen. En dat begrijp ik ook wel. Uiteindelijk kan hij redelijk goed met zichzelf om én lukt het ons ook om alle ‘woelige wateren te door zwemmen’. We zien elkaar oprecht heel graag. Een labeltje zou heus geen verschil maken. Er zijn soms wel mindere dagen maar in elk huwelijk of relatie zijn er ups en downs. Hij doet zijn best om met mijn moeilijkheden om te gaan, zo dus ik ook met de zijne. Maar oh, wat zie ik hem graag.. De liefde van mijn leven! We zijn een verrijking voor elkaar. Of Stieven nu wel of geen autisme heeft, of hoogsensitief is.. het maakt mij niet uit, ik hou van hem. Hij is een prachtig persoon.

Wel had ik tegen Rozemarijn gezegd dat ik mij soms af vraag of een diagnose mezelf niet zou helpen om nog beter met Stieven om te gaan. Zodat ik weet wanneer ik hem beter met rust laat of wat ik moet doen als hij het moeilijk heeft.. Maar ik gaf ook aan dat ik ook wel inzie dat een diagnose nog altijd geen zekerheid kan geven daarop.

Ik vertelde dat ik wel snap dat als je als volwassene ‘ineens’ met autisme bij jezelf geconfronteerd wordt, dat je jezelf ervan weerhoud om je te laten diagnosticeren. Want dan volgen er verschillende gesprekken, testen.. Allemaal heel erg vermoeiend. Tijdens de gesprekken wordt het verleden besproken. Ik kan me dan voorstellen dat je ‘alles wat gebeurt is’ in vraag gaat stellen. Dat je je er suf over gaat piekeren.

Rozemarijn vroeg me of ik er blij mee was dat ik als een kind een diagnose had gekregen. Ik zei van wel. Als ik die niet had gekregen, dan was ik niet uitgegroeid tot de persoon die ik nu ben. Het heeft mij comfort gegeven.

Ik vertelde dat ik vroeger mijn autisme als een vervelend ding beschouwde die ik het liefst van mezelf wou afknippen. Ik probeerde zo ‘normaal’ mogelijk te doen. Maar dat ik er nu erg open over ben en dat ik naast mijn autisme ook de vergelijkingen zie van mezelf met niet-autistische personen. Daarmee bedoel ik: in de eerste plaats ben ik Lies en daarnaast heb ik mijn autistische kenmerken. Rozemarijn vond dat mooi gezegd van me.

 

hold_my_hand_by_rshaw87-d5dcf39

Een soepje van angst, vermijdingsgedrag en onzekerheid.

Op 12 april had ik alweer een nieuwe sessie. Ik was er tien minuten op voorhand. Toen ik in de wachtzaal zat voelde ik mezelf wegzakken in een ‘dipjesgevoel’. Ik voelde mij verdrietig, moest heel erg mijn best doen om tegen de tranen te vechten. Het was mij precies wat te veel allemaal. Ik had de volgende dag een nieuwe werkdag met aansluitend een werkend weekend. Ik had precies het gevoel dat ik er geen energie voor had, dat het voor mij als een muur was waar ik ‘mezelf’ over moest zien te krijgen.

Er werd terug gesproken over de verwachtingen naar mezelf toe. Ik besef dat ik de lat altijd heel hoog leg. Ik weet dat ik gewaardeerd wordt en daar ben ik dankbaar voor. Maar ik leg altijd veel druk op mezelf, ook al wordt er mij op het hart gedrukt dat ik het goed doe, dat ik oké ben zoals ik ben. Het is iets dat ik moeilijk kwijt raak.

Eigenlijk ben ik vaak aan het piekeren. Dat bevestigde Rozemarijn ook: ‘je denkt veel na’. Met als gevolg dat ik mij erg onrustig en angstig kan voelen.

Ik heb vooral schrik wat anderen over mij zouden kunnen denken. Daarom betrap ik mezelf er soms op dat ik over analyseer. Als ik elke situatie of gedachte bij een ander kan overzien, dan schrik ik minder en wordt de situatie wat voorspelbaarder voor mezelf.

Rozemarijn zei me dat het normaal is dat je niet kan weten wat de ander denkt. Daarom dat mensen in gesprek gaan met elkaar.

Maar ik denk dat ik het doe als een soort van ‘zelfbescherming’. Op mijn werk wil ik bijvoorbeeld vaak vooraf uitdenken wat ik kan doen van activiteit, in plaats van de dingen gewoon op me te laten afkomen. Soms lukt me dat wel hoor. Gisteren bijvoorbeeld. Er waren veel eitjes in de koelkast, dus maakte ik eiersalade. Dan ben ik fier op mezelf dat ik mezelf heb kunnen toestaan om creatief te wezen in het moment, in plaats van alles te willen uitdenken. Het is niet dat ik dat continue heb, dat extreem planmatig willen zijn, maar het komt wel eens voor. Rozemarijn gaf mij het advies dat ik moet proberen om de dingen gewoon los te laten. Dat ik het echt wel kan. Gewoon loslaten en de dingen op mij laten afkomen.

Ik vertelde dat ik mij soms ook wel afvraag of mensen mij oprecht graag hebben, of dat ze mij alleen maar waarderen omdat ze vinden dat ze dat moeten doen. Uit een soort van plicht, beleefdheid. Ze bespeurde een zekere achterdocht in mij. Ik heb dat natuurlijk niet bij iedereen hoor. Of beter gezegd: het is niet dat ik constant dat gevoel heb. Soms zie ik de dingen wel ‘helder’. Het is een vervelend gevoel die mij overvalt en me in de war kan brengen.

Daaruit werd geconcludeerd dat het voor mij heel belangrijk is dat ik veel waardering krijg. Wat voor mij sowieso al heel duidelijk was. Dat komt door mijn rugzakje die ik doorheen mijn leven heb gevuld. Mijn ervaringen als kind, tiener.. Het feit dat ik een heel gevoelig persoon ben. En dat staat los van mijn autisme. Ik ben nu eenmaal erg gevoelig.

Rozemarijn gaf aan dat ik het precies nog moeilijk heb om mezelf te accepteren. Dat komt ook wel doordat ik doorheen mijn schooltijd een stempel opgedrukt kreeg en verplicht werd om GON – begeleiding te krijgen. Ik zat volop in mijn puberteit en ik werd eigenlijk verplicht om extra ‘bij les’ (wat dat was het) te krijgen. Terwijl ik toen ook dacht: waarom moet ik extra les/begeleiding krijgen? Ik werd uit de les gehaald, wat ik toen heel erg gênant vond. Uiteindelijk ben ik op een gegeven moment in woede uitgebarsten en werd de begeleiding stop gezet. Een situatie die voor kwam tijdens een bijles was de trigger om mijn vat te doen overlopen. Klinkt wat onduidelijk en ik ga ook niet in detail maar alle frustraties kwamen er toen uit. Die stempel, de gon – begeleiding waarin ik vooral vanuit een ‘vakjes’ – denken benaderd werd.. Het was jammer dat er niet geluisterd werd naar wat ik wilde. Wilde ik die begeleiding? Nee. Maar indertijd stond ik voor de keus: Ofwel GON – begeleiding, ofwel verhuizen van school met een aangepast onderwijs.

Ik herinner mij de slogan in mijn secundaire school nog: ‘hier is elk kind een VIP’, maar als puntje bij paaltje komt zijn kinderen/jongeren met extra noden een ballast. Zo ervoer ik het toch. Niet alle leerkrachten zijn zo. Ik besef nu ook wel dat het voor een leerkracht ook geen gemakkelijk opgave is om met iemand om te gaan die complex ineen zit en speciale noden heeft. Maar zo werd er weer een hokjesdenken gecreëerd. Autisme? ADHD? Speciaal onderwijs! Terwijl dat evengoed perfect kan in het gewoon onderwijs. Begrip opbrengen is de eerste stap.

Afbeeldingsresultaat voor hokjesdenken

Op mijn werk is dat ook zo. Ik besef dat aanpassingen voor mij noodzakelijk zijn om te kunnen functioneren maar vanuit mijn ervaringen uit het verleden voelt het soms als een soort van privilege die ik krijg. Maar eigenlijk is dat een associatie die ik maak vanuit een negatieve ervaring. Ik herinner mij dat ik vanuit de GON-begeleiding bijles kreeg in wiskunde, omwille van mijn gebrek aan ruimtelijk inzicht. Zo werd beslist dat ik recht had op een stappenplan om te weten hoe ik een bepaalde berekening maak. Zo kreeg ik dat papier op een examen. Iedereen was er natuurlijk fel op tegen en vond oneerlijk dat ik ‘voorgetrokken’ werd. Ik herinner mij dat ik indertijd gewoon gezegd heb: ‘ik wil dat papier niet’. En had het toen gewoon terug gegeven.

Dus we komen weer terug bij de angst wat een ander over mij denkt. Nu weet ik verstandelijk wel dat noch op mijn werk, nog in mijn leven hedendaags dat iemand negatief over mij denkt omdat ik nood heb aan aanpassingen. Mijn autisme is gekend en er is begrip. Maar het is een gevoel die ik met mij meedraag. Niet dat ik mij daar bewust van ben hoor. Het is moeilijk uit te leggen. Sorry als ik wat verwarrend en onduidelijk overkom. Ik kan de dingen beter schrijven dan in het echt onder woorden te brengen. En soms lukt dat eerste mij ook niet even goed.

Afbeeldingsresultaat voor wat je denkt dat anderen van je denken denk je zelf

Ik had het ook over mijn angst in het verkeer. Over het feit dat ik niet autorijd. Er werd vastgesteld dat ik vanuit angst voor prikkels vermijd om achter het stuur te kruipen. Maar wil jij dat graag, met de auto rijden? vroeg ze me. Ik zei dat ik het niet goed weet. Enerzijds wel, anderzijds kan het me niet schelen.  Ik wil vooral mijn angst in het verkeer overwinnen. Met de fiets. Binnenkort verhuizen we en ga ik met de fiets naar mijn werk. Dus wordt ik sowieso blootgesteld aan  de prikkels in het verkeer.

Zo was ik al aan het uitdenken welke weg ik moet nemen waar er het minste verkeer is. Door de stad is de kortste weg, maar er is wel veel verkeer. Ik zei tegen Rozemarijn dat dit een duidelijk voorbeeld is van vermijdingsgedrag bij mezelf. Situaties uit de weg gaan.

Ymd_68.jpg

Stress, angst, vermijdingsgedrag, onzekerheid.. Het zijn de woorden die tijdens de therapie naar boven kwamen..

Maar ik raak er wel uit. Ik groei als persoon. Ik wil groeien. Met kleine stapjes kom ik er wel. De titel van deze blogtekst komt negatief over, maar voor mij is het belangrijk dat ik voor mezelf kan erkennen wat er moeilijk loopt. Dat is de eerste stap naar vooruitgang. Dus ik hoop dat de titel ook gerelativeerd word in iets positief. Dat probeer ik immers ook te doen.

Gerelateerde afbeelding

 

 

 

Tweede sessie.

Afgelopen donderdag had ik mijn tweede therapiesessie bij Rozemarijn. Ik was heel erg moe toen ze mij kwam halen uit de wachtruimte. Beetje eigen schuld, ik was om 7u gaan zwemmen. Terwijl ik evengoed had kunnen uitslapen. Ik deelde deze info met haar. Ze vroeg me of ik via een ‘vast schema’ in mijn hoofd ga zwemmen. Ik antwoordde dat ik over het algemeen graag voor het opengaan van het zwembad aanwezig ben. Omdat het dan iets minder druk is. De radio die aanstaat, het gegalm, de lampen (waarvan ik overbodig vind die te laten branden bij klaarlichte dag, aangezien het sportzwembadgedeelte omringd is door glas).. Allemaal prikkels die mij erg moe kunnen maken. Als daarbij later op de ochtend een heleboel schoolkinderen zwemles komen volgen, dan keer ik me helemaal in mezelf. Dan zwem ik baantjes op ‘automatische piloot’. Ik wil er altijd minimum 50 en maximum 100. Recent is het minimum voor mezelf opgetrokken naar 60 baantjes schoolslag. Crawlen kan ik niet. Rozemarijn vroeg of dit uit een soort van ‘moeten’, een ‘dwang’ komt. Ik zei tegen haar dat ik wel weet dat ik mezelf heel erg vermoei hiermee, maar dat het anderzijds wel deugd doen om mezelf eens goed uit te putten; mijn geest leeg te maken. Daarin gaf ze ietwat de bevestiging dat ik er inderdaad ook het positieve eruit kan halen. ‘Ook al is het een ‘moeten’ van mezelf, het getuigd wel van een grote wilskracht en doorzettingsvermogen als je zoveel baantjes zwemt’, zei ze.

Ze vroeg of er iets was dat ik graag wou meedelen die me bij gebleven was de afgelopen 14 dagen. Ik vertelde dat ik mij de laatste tijd niet zo op mijn gemak voel tijdens de teamvergadering op het werk. Ikzelf heb er moeite mee dat ik zo stil ben. Let wel, IK heb er moeite mee. Van mijn collega’s en iedereen met wie ik samenwerk weet ik dat ze het niet erg vinden dat ik wat stiller ben. Ik frustreer mij er regelmatig in dat ik zo weinig op het werk ben, en zo dus nooit helemaal ‘up to date’ kan zijn. Natuurlijk, er worden altijd wel verslagen gemaakt en observaties, die lees ik uiteraard wel. Maar ik heb het gevoel dat ik nooit goed mee ben in de belevingswereld van de bewoner. Of zo iets. Ik weet het zelf eigenlijk niet. Ik weet eigenlijk zelf niet goed wat ik hiermee bedoel. Rozemarijn viel in en deelde mee dat ze vond dat ik toch wel heel erg streng ben voor mezelf. Dat besef ik ook wel. Ik vertelde dat ik mij nutteloos voel  op een teamvergadering als ik er enkel maar in stilzwijgen bijzit. Ik let op uiteraard en neem nota’s; maar aangezien ik weinig op het werk aanwezig ben, kan ik maar heel weinig/geen mondelinge bijdrage geven.

‘En je nuttig voelen’, zei Rozemarijn; is dat dan vooral praten voor jou en iets kunnen zeggen? Die vraag verbaasde mij een klein beetje. ‘Ik geloof het wel’, antwoordde ik.

‘Vind je dan dat collega’s die ook wat stiller zijn zoal jij, dan minder goed functioneren?’

‘Zeker niet’. ‘Bij iemand anders vind ik dat niet erg, maar bij mezelf vind ik het wel lastig’.

‘Stond er in je contract dat praten belangrijk is tijdens de teamvergadering’? vroeg ze mij. ‘Nee’, antwoordde ik. Goed punt van haar.

Toen ben ik beginnen praten over een nare werkervaring die een paar jaar geleden heeft plaatst gevonden. Ik weet niet meer goed wat mij ertoe heeft gezet om het daarover te hebben. Ik geloof dat ze mij vroeg waarom en/of wanneer ik parttime ben beginnen werken. Ik vertelde dat dit te maken heeft met mijn autisme en draagkracht; dat ik een paar jaar geleden gestart was met een job als zorgkundige in een rusthuis in Ieper.

Ik vertelde dat ik begeleid werd door een consulent van GTB (Gespecialiseerde Traject – en Begeleidingsdienst). Deze persoon gaf mij tips over hoe ik moet schriftelijk solliciteren, hoe ik via de website van de VDAB vacatures kan opzoeken die voor mij relevant zijn. Maar specifiek luisterde hij ook naar mijn ‘verhaal’, over hoe mijn autisme in mij verweven is. Zodus hij was op de hoogte over wat er bij moeilijk verloopt. Toen ik tenslotte een jobaanbieding kreeg in dat desbetreffende rusthuis kwam ik voor een moeilijke keuze: vertel ik wel of niet dat ik autisme heb? Ik kreeg het advies om het niet te vertellen. Indien ik de job krijg, zou hij de directie op de hoogte brengen. Zodus deed ik het op die manier. Wat het sollicitatiegesprek betreft, ik herinner me dat ik nadien een akelig gevoel had bij de directie. Ze zei mij na afsluit van het sollicitatiegesprek ‘Vooruit, bewijs je maar’. Ik voelde paniek opkomen bij dat woord ‘bewijzen’. Want dat is nu iets dat heel moeilijk ligt bij mij. Ik wil het altijd zo perfect mogelijk doen, met als gevolg dat ik telkens over mijn persoonlijke grenzen ga en crash. Maar goed, anderzijds was ik ook opgelucht dat ik werk had.

Heel snel voelde ik mij niet thuis op de werkvloer. Van sommige collega’s kreeg ik geen ‘goedendag’, sommige zeiden het wel maar zeiden het meer uit gewoonte dan dat ze fijn vonden om mij te zien. Er was geen structuur. Ik heb behoefte aan structuur. Andere mensen waarschijnlijk ook, maar voor mij was dit echt wel iets om op te steunen. Ik moest een x aantal personen wassen voor het ontbijt. Ik probeer te organiseren, maar dat is iets waar ik nu niet zo goed in ben, denk ik.  Thuis lukt mij dat wel. Dus ik liep telkens op de ‘toppen van mijn tenen’. Stress omdat ik de ‘deadline’ niet zou halen. Stress omdat ik weeral commentaar krijg dat ik sneller moet werken. En dan die sfeer. Ik kan het niet omschrijven, maar er hangt daar letterlijk een sfeer van roddelen in de lucht. Ik wist maar al te goed dat sommigen mij ook achter mijn rug slecht praatten.

Rozemarijn onderbrak me en gaf aan dat het haar opviel dat ik heel erg gevoelig ben voor de sociale sfeer. Dat zoiets heel erg diep op mij inwerkt.

Dat was een fulltime. Na 2 dagen zat ik er telkens compleet erdoor. Ik voelde mij er niet aanvaard, ik had stress, paniekaanvallen, huilbuien. Om nog maar te zwijgen van de vele prikkels die ik nooit helemaal kon verwerken. Mentaal en emotioneel oververmoeid probeerde ik mij door de dagen heen te sleuren. Na een tijd heb ik dan toch aan de alarmbel getrokken en is er besloten geweest om mij te laten overgaan op minder uren. 4/5. Maar dat was ook niet voldoende om mij er bovenop te laten komen. Dus uiteindelijk werd het een parttime; 19 uren per week. Ik kreeg telkens een vast urenschema. Daardoor werd ik nog meer als het buitenbeentje bekeken. Maar anderzijds gaf het mij ook wel wat ‘rust.

De job die ik toen uitoefende, was een tijdelijke tewerkstelling. Zodus ik was in paniek toen de desbetreffende persoon uit ziekteverlof kwam. Ik zou mijn job verliezen en terug thuis zitten zonder doel en inkomen. De persoon van GTB en mijn ouders hebben toen contact opgenomen met de directie of er toch geen oplossing zou kunnen komen.

Toen kreeg ik een heel eigenaardig voorstel. Vanaf dat er een vacature vrijkomt voor een functie als zorgkundige zullen we jou helpen om stap voor stap de job aan te kunnen. Maar intussen tijd willen we jou inschakelen als parttime onderhoudsmedewerker om de wachttijd te overbruggen. Dat waren de woorden van de directie.

Ik wilde dit absoluut niet. Ik heb niets tegen poetsvrouwen; ik heb onwijs veel respect voor hen. Maar op die plaats wist ik dat poetsvrouwen over het algemeen als minderwaardig bekeken werden. Plus, ik had 2 diploma’s op zak. Zorgkundige en opvoeder. Het kon toch niet zijn dat ik alle energie die ik aan het studeren en stage heb besteed zou weggooien? Het enige waar ik mij toch ietwat probeerde aan op te trekken was het feit dat ik toch nog in contact zou kunnen komen met de ouderen. Maar ik zou minder persoonlijk contact hebben, jammer genoeg. Maar het was werk, een inkomen. Beter dan thuiszitten toch?

Met nog nul procent zelfvertrouwen begon ik dan aan mijn ‘nieuwe job’. Het begon al met het veranderen van uniform. Van een witte broek met donkerblauwe polo naar een zwarte broek met een bruine polo. Het uniform van de poetsvrouwen.

Die stof aan mijn lichaam voelde al aan als een vernedering. Ik voelde mij enorm minderwaardig. Maar goed, ik probeerde om mij daarover te zetten en ging aan de slag. Ik sleurde mij door de dagen heen in de hoop dat er snel een vacature voor zorgkundige zou vrijkomen. Toen er een dikke 6 maanden was verstreken kwam het aan mij oren dat er een vacature zorgkundige vrijkwam. Fulltime of parttime uit te voeren. Ik wou graag gaan voor optie twee. Dus ik verzamelde al mijn moed bij elkaar en ging aankloppen bij de directie.

Ik gaf aan dat ik interesse had in de vacature. Tot mijn grote verbazing begon ze mij heel persoonlijk aan te vallen. ‘Denk je nu echt dat iemand als jij in staat is om die job uit te voeren’? ‘Je kan het werk niet aan’, dat heb je al meerdere keren wel laten zien.

Op dat moment zakte de grond van onder mijn voeten weg. Ik stond te trillen op mijn benen. Van woede, verontwaardiging. Het was mij beloofd. Ik was een halfjaar lang aan het lijntje gehouden. Ik ben iemand die in aanmerking komt voor de Vlaamse Overheids Premie. Dat betekent dat het voor werkgevers interessant is om iemand met een ‘beperking’ aan te werven, maar dat daar dan ‘aanpassingen’ op de werkvloer tegenover staat. Voor de directie was ik enkel en alleen maar interessant om in dienst te nemen omwille van de financiële premie. Mijn welzijn was maar bijzaak.

Ik drukte mijn woede en verontwaardiging uit. Op dat moment kwamen alle frustraties eruit. Ze bekeek mij van kop tot teen met een grote walging en vroeg ‘dit is niet de eerste keer dat je een woedeaanval hebt zeker?’. Dat was voor mij de druppel. Ik ben uit het kantoor gestapt. Ik wou niemand meer zien, ik wou met niemand nog iets te maken hebben daar. Niet veel later had ik gedaan met werken en belde ik helemaal over mijn toeren en in tranen naar mijn ouders en Stieven.

Ik kwam Stieven tegen op de terugweg naar huis. Hij was enorm verontwaardigd en boos, over wat mij was aangedaan. Ik was maandenlang aan het lijntje gehouden.

Ik was helemaal op van het huilen. Ik heb ’s avonds mezelf in slaap gehuild. De volgende dag ben ik niet gaan werken. Het is te veel geweest. Stieven was toen in mijn plaats gegaan om zijn frustraties over de hele toestand te uiten.

Hij moest praten met de desbetreffende ‘psychologe’. Ik had totaal geen dunk van haar. Ze was vooral goed bevriend met de directie en handelde in naam van de directie, en niet in het welzijn van het personeel.

Rozemarijn vond dit gek. ‘Een psycholoog die functioneert als personeelsdirecteur? Daar heb ik nog nooit van gehoord’.

Via Stieven gaven ze mij het verwijt dat ik onprofessioneel ben en aan werkverzuim doe. Er werd dus geprobeerd om mij in een slecht daglicht te plaatsen. Wat niet gelukt is, uiteraard.

Voor mij was het duidelijk. Ik zou daar weggaan. Toen ik tenslotte mijn ontslag brief moest gaan ondertekenen, heeft Stieven aan de directie duidelijk gemaakt dat hij het beneden alle peil vind dat zij haar personeel op zo’n manier behandeld.

‘Geloof jij alles wat je vriendin jou wijs maakt’? vroeg ze op een arrogante toon. Ze wou ons allebei uit onze tent lokken. Maar we hebben wijselijk onze mond gehouden, want anders zou ze misschien mijn ontslagbrief intrekken.

Toen heb ik een hele tijd thuisgebleven. Ik was op. Ik moest mentaal en emotioneel proberen te herstellen van de schade die mij was aangebracht. Ook was het belangrijk dat als ik terug zou gaan solliciteren, ik werk in mijn eigen stad zou kunnen vinden. Of dat er tenminste een vlotte bereikbaarheid is.

Mijne tweede tewerkstelling was in een ander rusthuis. Ik wilde mezelf weeral bewijzen en ging voor de fulltime. Later werd dit afgebouwd naar een parttime. Ik voelde mij ook niet goed daar. De werkdruk was enorm hoog en terug werd ik erop aangewezen dat ik sneller moest werken. Daar heb ik toen ook mijn ontslag gegeven. Die tewerkstelling was heel kort, een kleine maand. Bij het vorige was ik er een jaar en half.

Ik denk dat ik nog niet voldoende hersteld was. Dat ik de draad te vroeg heb willen opnemen. Eigenlijk wilde ik het liefst als opvoeder werken, bij volwassenen met een beperking. Maar na mijn afstuderen durfde ik de stap niet wagen. Ik had het gevoel dat ik er niet klaar voor was. Dus zette ik maar de stap naar rusthuizen. Mijn zus en mama werken allebei in een rusthuis, dat was iets ‘vertrouwd’ voor mij.

Via Jobcentrum kreeg ik een jobcoach aangewezen. Ik leerde meer over mezelf en mijn autisme. Ik gaf aan dat ik, ondanks mijn behaald diploma van opvoeder, graag een soort van ‘heropfrissings – stage wou doen in een leefgroep. Zodat ik op mijn eigen tempo kon ondervinden of dit nu echt de job was  die ik graag wou doen. Ik had een fijne jobcoach die in mij geloofde.

Ik deed stage in een leefgroep bij VZW De Lovie. Die stage viel heel goed mee. Ik kreeg terug een beetje vertrouwen in mezelf. Het deed me vooral zoveel deugd na al die tegenslagen ik omringd werd door een team van warme mensen die mij aanvaarden.

Na die stage kreeg ik een tijdelijke tewerkstelling aangeboden. Dat is dus de leefgroep waar ik ondertussen ruim een jaar mijn job als opvoeder beoefen.

Rozemarijn gaf aan dat het haar opviel dat ik duidelijk uit een ‘warm nest’ kom. Dat ‘warmte’ krijgen voor mij een belangrijke voorwaarde is om te functioneren. Ze vroeg me of ik nog tewerkstellingen heb gehad.

Toen begon ik te praten over mijn schoonouders en hoe mijn gevoel is tegenover hen. Uit respect voor hen ga ik hier uiteraard niet over in detail. Maar indertijd werd er verwacht dat ik zou gaan werken in Oost- Vlaanderen, waar Stieven indertijd woonde.

Ik werkte een heel korte periode in een rusthuis daar maar ik voelde mij daar ook het buitenbeentje. Alsook omdat ik de ‘West – Vlaamse’ was. Ik moest ook dagelijks 45 minuten met de auto rijden om tot bij het rusthuis te geraken. Dus elke nacht deed ik amper een oog dicht en zat ik telkens verlamd van angst achter het stuur en reed ik op ‘automatische piloot’.

Op een ochtend slipte ik in de straat van mijn schoonouders met de auto en knalde tegen een andere auto aan. Ik was compleet over mijn toeren en moest een pilletje krijgen om tot rust te komen. Mijn ouders waren toen op vakantie. Ze zijn uit hun vakantie gekomen om er voor mij te zijn. Een hele tijd later namen Stieven en ik de beslissing om een appartement in Ieper te zoeken. En toen begon die ellendige werkervaring die ik daarnet had beschreven.

Het was voor Rozemarijn duidelijk dat mijn zelfvertrouwen een ferme deuk had gekregen en dat ik een groot minderwaardigheidscomplex over mezelf had ontwikkeld. Dat ik dit tot op de dag van vandaag, ondanks alle warmte en aanvaarding die ik krijg en heb gekregen, nog altijd als een zware rugzak met me meesleur.

Ik gaf aan dat ik het gevoel heb dat al mijn collega’s zo goed hun werk uitvoeren. Dat ze allemaal over de nodige capaciteiten en talenten beschikken.

‘Ik ben wel lief hoor tegen de bewoners’; ‘Ik probeer mijn werk zo goed mogelijk uit te voeren’, ‘probeer hen een luisterend oor te bieden’. ‘Maar in mijn ogen beschouw ik dat niet als teen talent, maar als iets dat ik vanzelfsprekend vind om te doen’.

Rozemarijn was verbaasd dat ik haar dit vertelde. ‘Lies, dat is zeker een talent’. ‘Wat jij benoemt is ‘empathie’, en dat is een heel belangrijke grondhouding. Ze zag aan mijn gezicht dat ik niet overtuigd was. Ze vond het opvallend dat ik talenten bij mezelf heel erg minimaliseer en als vanzelfsprekendheden beschouw.

‘Kijk, als ik jou vergelijk met die directrice dan is het toch duidelijk dat die persoon geen empathische houding heeft. Daar fleurde ik toch wel ietsje van op.

De ganse tijd heb ik dit verteld met een krop in mijn keel. Ik heb het er allemaal uit ‘gerateld’. En terwijl ik deze blog typ, kwamen af en toen de tranen nogmaals in mijn ogen.

Tenslotte gaf Rozemarijn aan dat ze bij de volgende sessie het graag wou hebben over iets dat ik meermaals herhaalde tijdens het praten. Ik zei regelmatig ‘met mijn autisme’.

‘Je praat over je autisme alsof het iets is dat aan je ‘kleeft’. ‘Daar wil ik een volgende keer graag dieper op ingaan. Dus nieuwe stof om over te praten bij de volgende sessie.

Gebouw DV